Bikkel

vbimport

#1

De meesten kennen het woord bikkel wel, maar wat is het nu precies?

Volgens een collega is een bikkel een man met maar 1 bal. Van Dale geeft echter een andere betekenis aan het woord bikkel:

bik·kel (de ~ (m.), ~s)

1 kootbeentje uit de hiel van een schapenpoot waarmee vroeger kinderen speelden

2 [inf.] stoere man

bik·ke·len (onov.ww.)

1 [sport] zich keihard inzetten => schoffelen

bik·kel·hard (bn.)

1 meedogenloos

Nog een andere link over bikkels:
http://www.piepstok.nl/vondsten/bikkels.html

De betekenis waar mijn collega naar verwijst heb ik wel kunnen achterhalen, maar van een betrouwbare bron is het niet:

Bron: CabaretWeb

  1. Bikkels.

Wat zijn bikkels nou eigenlijk? Bikkels worden vaak verward met mensen die een zeer heldhaftige daad hebben gepleegd, dit is echter incorrect. Het woord bikkel representeert een eenballig mannelijk persoon. Dit mannelijk figuur is door medische omstandigheden ongefortuneerd te leven met een scrotum helft.

Voordelen van bikkelheid.
Als je gefortuneerd bent met het hebben van twee ballen is er één probleem, je weet niet uit welke bal de spermatoïde komt die uiteindelijk het eitje bevrucht. Met dergelijke praktijken hebben bikkels niet te maken, zij hebben immers maar een bal.

Gevolgen van bikkelheid.
Doordat je maar uit een bal spermatoïde produceert heb je niet last van het probleem kiezen of delen. Als bikkel kies je altijd voor je zelf, dit betekent dat je niet hoeft en kan delen. Dit lijdt tot chauvinisme, patriottisme, nationalisme en hevige vormen van egoïsme.

Het leven van een bikkel. (Jambers style)

Dit is John, manager en tevens bikkel. Sinds zijn geboorte is John bikkel, hij heeft ook sinds zijn geboorte moeilijkheden met de omgang van anderen, daarom is John naast manager ook directeur en enige werknemer in zijn eigen bedrijf. Hij runt zelfstandig een sperma bank met uitsluitend sperma van bikkels, dit om de kans op een vermeerdering van bikkels te stimuleren. John heeft geen relatie, de enige relatie die hij heeft is tussen zijn hand en zijn luctor.

Bovenstaande betekenis kom ik op allerlei plaatsen wel tegen, maar dat zijn allemaal reacties op nieuwspostings of forums, voornamelijk van jeugdige mensen waarvan ik vermoed dat ze denken iets te weten omdat ze het ergens een keer gehoord hebben, zoals uit bovenstaand stuk van Cabaretweb.

Is er iemand die ergens de ‘man-met-een-bal’-betekenis van bikkel vandaan kan halen, maar dan een officiële site en niet van een of andere cabaretier of pubertje (kan soms ook samen vallen :wink: ).

Help me deze discussie voor eens en altijd de wereld uit helpen…

Bij voorbaat dank

ps en zoals je ziet, ik heb al aardig wat gezocht. Googlism kwam ook nog met wat betekenissen, maar daar hecht ik ook niet zo veel waarde aan (leuk is het wel)


#2

Ik dacht ook altijd dat het een man met één bal was, maar waar ik die info vandaan heb of zou kunnen vinden… geen idee.


#3

Dat is de eerste keer dat ik die betekenis van bikkel hoor. Ik kende alleen de uitleg van Van Dale. Daarom kan de betekenis van jouw collega ook wel kloppen. Woorden krijgen in de volksmond vaak een nieuwe betekenis, die afhankelijk van de populariteit dan wel of niet in de Van Dale terechtkomen.


#4

Bikkelen…
Bikkels
Speren

Kwam deze termen vaak tegen tijden mijn diensttijd.
Mijmer…

“Het leger maakt meer kapot dan dat drank goed kan maken.”

Stond gekerft in een bureau van het wachthok in veldhoven en veel andere plaatden.


#5

volgens mij kloppen die betekenissen allemaal wel :wink:

mzzls


#6

Ik heb ook wel eens gehoord dat “bikkel” in Belgie voor een soort steen wordt gebruikt… is dat correct?


#7

Originally posted by Dee-ehn
Ik heb ook wel eens gehoord dat “bikkel” in Belgie voor een soort steen wordt gebruikt… is dat correct?

Dat zijn toch Biggels?!?

Anyway:

Er komt een bikkel bij de dokter, geeft de dokter een hand en gaat zitten. "Wat is het probleem,"vraagt de dokter. "Nou,"zegt de bikkel “mijn linker teelbal is helemaal blauw” "Laat me maar een kijken"antwoord de dokter. Dus de dokter kijkt en zegt "Het spijt me, maar ik zal hem eraf moeten halen, maar met één teelbal is het ook nog goed leven.
Twee weken later komt diezelfde bikkel weer bij de dokter en zegt "Dokter nu is mijn rechter teelbal ook blauw."De dokter kijkt weer en besluit dat het beter is ook deze teelbal eraf te halen.
Niet lang daarna komt die bikkel weer bij de dokter en zegt "Nou is mijn lul ook al blauw. “Laat me nog eens kijken,” zegt de dokter. Dus de dokter kijkt goed en zegt:“Aaaah ik zie het al, uw broek geeft af!!!”:stuck_out_tongue:


#8

bikkel zn. ‘speelsteentje’ 400◆400

Attestaties:
Mnl. pickel, peckel ‘poot van een stuk huisraad, bikkel, koot’ [1504; MNW], bickelsteen ‘bikkelsteen, bikkel’ en het ww. bickelen ‘met bikkelstenen spelen’ [eind 14e e.; MNHWS]; vnnl. bickelen oft pickelen of hilteken in ouibus (mv.) ‘kootbeentjes van een schapenpoot, als speelgoed’ [1567; Nomenclator]. Kil. 1599 geeft een uitgebreide beschrijving: bickel, pickel ‘schapenbotje, bikkel, koot, dobbelsteentje’, bickel, bickel-steenken ‘steentje, steenschilfer’, bickel ‘graveernaald, pikhouweel, beitel’, bickelken ‘puntig steentje’. Daarnaast westvla. pikkel, pekkel ‘bikkel’ (Bo 1892); maastr. bikkel ‘pikhouweel’ (Endepols 1955).

Herkomst:
Het woord is nauw verwant met → bikken 1 ‘(af)hakken’. Wrsch. is het een afleiding met -el van dit werkwoord (zoals beitel een afl. is van het ww. bijten).

Andere Germaanse talen:
Mnd. bickel ‘schapenbotje, dobbelsteen, vangsteen’ (gebruikt bij het Datschelspiel, een spel waarbij een kind met één hand twee stenen opgooit en weer opvangt), bickelstein ‘steentje, dobbelsteen, vangsteen’; mhd. bickelstein ‘dobbelsteen, vangsteen’; nfri. bikkel.

Bikkelen was in deze contreien aanvankelijk een dobbelspel voor mannen; in de 16e eeuw werd het een meisjesbezigheid. Het spel zelf is al heel oud en was in de oudheid vooral in Griekenland en Zuid-Italië geliefd. Wrsch. is het spel niet alleen in heel Europa, maar ook in Azië bekend geweest. Men dobbelde met vier tali; een talus was een (oorspr. uit het hielbotje van bepaalde dieren gemaakte) langwerpige dobbelsteen, aan de uiteinden afgerond, met vier gemerkte vlakken. Als bij de Grieken en Romeinen vier verschillende vlakken boven lagen - de zgn. Venusworp - won men de pot. In de Nederlanden werd het meisjesspel anders gespeeld: vier bikkels moesten met één hand geraapt, gekanteld of gekeerd worden tijdens het opwerpen en vangen van een → bonk (bal of stuiter).

◆ bikkelen ww. ‘met bikkels spelen’ , vnnl. bickelen, pickelen ‘met tali spelen’ [1599; Kil.].

Lit.: K. Kooiman ‘Koten, bikkels en misverstanden’ in: NTg 52 (1959) 254 e.v.; H. Endepols Diksjenaer van 't Mestreechs Maastricht 1955

[CH/MR]
Friese cognaten: bikkel

Bron : Het Etymologisch Woordenboek


Ook leuke dingen :

Bikkel 500
Googlism on Bikkel
Bikkelsite Alphen


#9

Dan ben ik zeker de eerste CD-freaks bikkel :cool: :cool: :cool:

(Als we dan uit gaan van het verhaal van een man met 1 bal):wink:


#10

Hier spreekt de bron van dat bericht, is het niet wat naïef om dit soort bronnen te gebruiken in een serieus gesprek, ook al relativeer je mijn schrijfsel nog op een overdreven wijze het is natuurlijk per definitie dom om een tekst vanaf een cabaret platform te gebruiken in een serieuze discussie.

Aan de andere kant respecteer ik het natuurlijk enorm dat jullie mijn tekst bespreken, ook al plaats je me daarna in een hokje, tussen de pubers en cabaretiers.